Opdracht 8 e Onderkoeling

Het is winter. Het heeft flink gesneeuwd, er ligt zelfs ijs op de vijver.

Samen met je vrienden ben je aan het schaatsen en sneeuwballen gooien.
Er lijkt niks aan de hand, totdat je eens goed naar je vriendje kijkt.

Wat zie je?
• Het slachtoffer rilt.
• De huid van het slachtoffer is koud, bleek en droog.
• De ademhaling gaat langzamer.
• Het slachtoffer is een beetje in de war, moe en suf.

Wat doe je?
• Breng het slachtoffer naar een warmere plek.
• Wikkel het slachtoffer in een (isolatie)deken.

• Probeer ervoor te zorgen dat het slachtoffer niet verder afkoelt.
• Als het slachtoffer kan drinken, mag je hem wat warms te drinken geven.

 

De reddingsdeken kan op diverse goede manieren worden ingezet.

Indien het koud is, dan wordt het slachtoffer ingepakt met de gouden zijde aan de buitenkant.
Is het buiten erg warm dan gaat de zilverkleurige zijde naar de buitenkant. Dit heeft te maken met de reflectie van het materiaal

 

 

Onderkoeling: een noodgeval!


Bel 112 als het slachtoffer:
• stopt met rillen.
• blauwe lippen, oren, vingers of tenen krijgt.
• stijve spieren krijgt.
• Een lagere hartslag heeft.
• zijn bewustzijn verliest. (Hier leer je meer over bij Opdracht 11 Bewusteloosheid)